door Bram Metsers Op het moment dat de meeste sporters genieten van de welverdiende winterstop, begint het sleuren, ploeteren en stoempen in de modder. De cyclo-crossers beuken een uur lang over glooiende parcoursen en mulle zandweggetjes. De laatste tijd zijn het jammer genoeg steeds de Belgen die na het uur fietsen als eerste over de streep gaan. Deze maand wordt het WK veldrijden verreden in Hooglede, België. Kan Tilburger en regerend Nederlands kampioen veldrijden Gerben de Knegt een einde maken aan de hegemonie van onze zuiderburen?
Gerben de Knegt (31) is op heel jonge leeftijd begonnen met bmx-en (crossfietsen). Een teamsport bleek niets voor hem te zijn. “Ik eiste van mijn teamgenoten dezelfde gedrevenheid die ik zelf in het sporten stop, maar dat botste nogal eens.” Op zijn vijftiende kwam hij met Mountainbiken in aanraking, wat toen net populair begon te worden. “In het begin reed ik nog gewoon rond in mijn spijkerbroek.” Al snel werd duidelijk dat hij behoorlijk goed was en won hij alles wat er te winnen viel in de jeugd.
“Toen ik een jaar of twintig was kreeg ik een oude crossfiets (lees veldrijdfiets) van Bart Brentjens en ik ben toen een keer met de grote mannen gaan fietsen in Het Zand in Alphen (N-B).” Dat beviel zo goed dat Gerben definitief koos voor het veldrijden. De eerste jaren liepen niet echt lekker, omdat hij werd geplaagd door blessures. “Ik ben toen door een diep dal gegaan. Op dat moment is topsport en zeker veldrijden, een heel eenzaam en saai bestaan. Je moet de discipline op kunnen brengen om je trainingsuren te blijven maken. Ik heb in die periode overwogen om te stoppen, maar heb uiteindelijk toch besloten om nog een keer alles voor mijn sport te geven.” Inmiddels staat de Nederlands kampioen op de 3e plaats van de UCI wereldranglijst en kan hij in elke wedstrijd met de besten mee.
Hoewel Nederland met mannen als Adri van der Poel, Reinier en Richard Groenendaal traditioneel wel een belangrijk aandeel heeft in de sport, blijft het toch vooral een Belgische aangelegenheid. “Je kunt wel merken dat de Belgen een iets professionelere aanpak hebben dan de Nederlanders. Als je als Belgische crosser geen ‘mobile home’ hebt, dan hoor je er niet echt bij. Wij Nederlanders kleden ons nog gewoon in de algemene kleedkamer om. Daar is trouwens niks mis mee hoor. Lekker onderling een beetje ouwehoeren is juist een van de mooie aspecten van de sport. En daarbij past zo’n grote camper echt niet op mijn oprit.”
“In België beleven ze de sport ook heel anders dan in Nederland. Er staan 15.000 man langs het parcours en die draaien helemaal door. In Hamme-Zogge stonden ze rijen dik en ze willen natuurlijk allemaal vooraan staan. Ik heb in die koers denk ik wel vijf supporters tegen het hoofd aangebeukt. Daar kun je niks aan doen, dat gebeurt nooit met opzet. Het is natuurlijk ook maar een lintje dat gespannen is tussen de renners en het publiek.”
“De Belgen spreken veel meer waardering uit naar de sporters, maar aan de andere kant blijft het soms ook een kneuterig volk.” Dat bleek wel toen Sven Nys, koning van het veldrijden en halfgod in België tijdens het warmfietsen bij een wedstrijd in Niel, een bekeuring kreeg voor het rijden door het rode licht. “Dat is typisch Belgisch,” glimlacht Gerben de Knegt.
Hoewel hij fulltime professional is, bepaalt het veldrijden zeker niet zijn hele leven. “Ik ga graag lekker wat eten of drinken op de Korte Heuvel.” Daarnaast is hij hoogstpersoonlijk verantwoordelijk voor een nieuwe trend in het cyclo-cross peloton: het houden van Koi karpers. Op sportief vlak droomt de Tilburger ervan om mee te kunnen doen aan de Olympische Spelen in Beijing (2008). En daarvoor moet hij zijn oude liefde mountainbiken weer oppakken, want veldrijden is geen olympische discipline.
De pijlen zijn nu echter eerst gericht op het Nederlands kampioenschap op 7 januari en de wereldkampioenschappen op 28 januari. “Het WK kent een zwaar parcours, met heel veel hoogteverschil. Het is wel duidelijk dat de sterkste hier gaat winnen. Ik ga voor een podiumplek en gezien mijn huidige vorm ligt dit ook zeker binnen de mogelijkheden.”
En de wereldtitel…? “Tja, het is te hopen dat die dekselse Nys een keer geparkeerd komt te staan.”