Door Esther Voesenek Zaterdag 23 december 2006 - Hij kent het klappen van de zweep. Zij komt net kijken. Broer (Gerben, veldrijder) en zus (Merel, atlete) De Knegt over topsport. Over de keerzijden vooral? Het was haar bezieling die hem frappeerde. ‘Oh wat lekker zeg, had Merel de Knegt tijdens een maandagse looptraining wel drie keer uitgeroepen tegen haar meefietsende broer. „Dan merk ik dat ze er gewoon heel veel lol in heeft.“ Waar het bij hem ook ooit mee begonnen is. Maar, weet hij inmiddels: „Échte topsport is heel veel ellende en een klein beetje geluk.“
Marathon
Goirlenaar Gerben de Knegt (31) is gepokt en gemazeld in het wielerwereldje. Mountainbike- en veldrijprof sinds eind jaren negentig, nimmer een ander baantje gehad. Broodsporter. Topsporter ook. „Topsporter durf ik me nu ook te noemen“, zegt zus Merel de Knegt (27), die zich pas twee jaar geleden serieus op atletiek toelegde. En daar is broerlief indirect debet aan. De afspraak tussen vader Simon en zoon Gerben de Knegt stond al jaren. Voor 5 november 2000, om een mooie mijlpaal – vader vijftig, zoon vijfentwintig jaar – te bezegelen. Samen zouden ze de marathon van New York lopen. Maar junior haakte af toen het uur U naderde. „Het paste echt niet in mijn voorbereiding op het veldritseizoen.“ Waarna zus Merel riep wel met pa mee te gaan. „Ik dacht daar kom ik nog wel onderuit.“ Niet dus. Ze volbracht de klassieke afstand in vier uur. En bleek behept met nogal wat talent toen ze naderhand met loopschemas van trainer Ad van Hest aan de slag ging. Van regionale werd ze nationale top, Oranjeklant zelfs. Merel de Knegt telt ineens mee, bewees haar selectie voor het wereldkampioenschap twintig kilometer op de weg afgelopen oktober. Waar de Loon op Zandse zich, temidden van de fine fleur, even Alice in Wonderland waande. „Een hele ervaring, zo`n internationaal toernooi. Heel apart ook om in zo`n deelnemersveld rond te lopen.“
Oogkleppen
„Daar word je volwassen van“, doceert Gerben, voor wie been there, done that geldt. „Ik heb WKs meegemaakt met vijftigduizend man publiek. In het begin denk je wel even ‘jeetje miena. Maar als je ervaren bent, laat je je daardoor niet beïnvloeden. Het gaat nog steeds om hetzelfde: zo hard mogelijk lopen of fietsen.“ Hard lopen doet Merel de Knegt al sinds ze hardloopt, met tijden die nog altijd omlaag schieten, tot verbazing van haar broer. „Ze heeft een goede baan, stabiele thuissituatie, het lopen gaat goed. Maar op een gegeven moment topt dat af. Dán wordt het moeilijk. Als je dan terugkomt, ben je in mijn ogen pas echt een topsporter. Maar Merel heeft de mentaliteit wel, die kan goed afzien.“ De routinier spreekt. Weet waarover hij spreekt ook na jarenlang gelummel met zijn lijf. En die verschrikkelijk valpartij in de zomer van 2004, waar een met pin gespietste heup nog altijd aan herinnert. Het bloed gutste uit zijn been, dat hij zelf niet eens meer voelde. „Ik dacht aan een dwarslaesie.“ Het stuur was uit zijn handen geslagen tijdens een afdaling in de TransAlp Challenge, een loodzware mountainbikewedstrijd voor duo`s die hij samen met Bart Brentjens reed. De gevreesde verlamming bleek een gebroken heup en sleutelbeen. „Ik heb hier zes weken op een ziekenhuisbed in de kamer gelegen.“ Dan begint het malen wel. Over de hypotheek, die toch moest worden opgehoest. „Ik kwam van de ww in de ziektewet. Er moest wel brood op de plank komen.“ De Rabobankwielerploeg had hem even daarvoor de bons gegeven. Thuis kwam hij ook alleen te staan; zijn relatie liep na elf jaar op de klippen. Deels door zijn sport, moet Gerben de Knegt beamen. „Als wij samen ergens kwamen, ging alle aandacht altijd naar mij uit. Dat moet die ander wel kunnen handelen. Een partner van een topsporter moet ook altijd rekening houden met. Ik heb m`n sport heel lang met oogkleppen op benaderd.“ Het blindstaren is passé. De sores ook. Gerben de Knegt keerde sterker dan ooit terug na de valpartij in Zwitserland, die hij niet voor niets ‘mijn hoogte- én dieptepunt noemt. Dankzij het relativeringsvermogen dat hij tijdens het opkrabbelen kweekte.„Ik ben blij dat ik nog kán fietsen, dat had ik na het ongeluk eigenlijk niet meer gedacht. Daardoor geniet ik veel meer. Ik doe nog steeds alles voor m`n sport, maar weet nu dat andere dingen ook belangrijk zijn. Voorheen was ik er té gefocust mee bezig: ik moet, ik moet, ik moet. Dat herken ik nu bij jongere veldrijders. Mijn probleem is alleen dat ik een beetje te veel relativeer. Dan rijd ik een wedstrijd in een wei met wat linten erin en tienduizend Belgen langs de kant en dan denk ik: hier grazen morgen weer gewoon koeien. Of ik rijd duizend kilometer naar Tsjechië – en terug – voor een rondje in een getto daar.“
Merel de Knegt
„Dat is toch de sport?“, reageert Merel verbaasd. „Ja, maar af en toe heb ik daar wel moeite mee, dan denk ik: waar ben ik nou mee bezig?“, zegt Gerben. Andersom is het ook zo: broer die opkijkt van zus. Niet alleen om haar uitgelatenheid tijdens die ene training samen. Hij grijnst ook om de anekdote over haar hardlopen van kantoor naar huis. Eén uur en tien minuten wees de stopwatch bij aankomst in Loon op Zand aan, waarna Merel er nog een rondje van vijf minuten aan vastplakte. Omdat haar trainer dat nu eenmaal zo had voorgeschreven. „Ik zeg wel eens tegen haar: ‘Je moet niet zo klakkeloos die schemas volgen, maar naar je lichaam luisteren. Ik heb ook altijd alles gelaten, alles gegeven, maar dat bracht me ook niet verder.“Toch laat ook Merel de Knegt niet alles voor haar sport. Verre van zelfs. Ze houdt er een fulltime baan als communicatieadviseur bij de Rabobank en een druk sociaal leven op na. Het lopen – zo`n zes keer per week – plant ze daaromheen. Zo schopte ze het tot de nationale top. Dankzij een enorme hoeveelheid discipline in haar donder. De drukte is bewust, beredeneerd gekozen. Vrienden wil ze niet laten varen, haar maatschappelijke carrière evenmin. Atletiek alleen is haar te beperkt. „Lopen, slapen, eten, dat is toch een te eng wereldje voor mij, veel te eenzijdig, hoe gaaf ik topsport ook vind.“ Werk kan nu bovendien als uitlaatklep fungeren voor een off-day in haar sport, en vice versa. „Je verschijnt toch anders aan de start als je er afhankelijk van bent.“ „Dán wordt het moeilijk“, beaamt Gerben, die er wel van leven moet, het grote verschil tussen hem en haar. Hobby is professie geworden. „En dan wordt het beroepsmatig, plichtmatig ook.“ Wat toch maar toehappen inhoudt als een wedstrijdorganisator hem een contract voorhoudt, ook al snakt hij naar een weekeindje rust. Uitbuiten die vorm! Om zo de oudedagsvoorziening te spekken. „Ik kan er goed van leven, hoor. Maar moet nog wel vier, vijf jaar op dit niveau doorgaan, wil ik er echt iets aan overhouden. Dat is mentaal zwaar. Soms denk ik ook: pfff wéér een wedstrijd.“ Merel kan zich nog een zondag nietsnutten veroorloven. Toch zou hij niet haar willen zijn, bemerkt Gerben als de passie de keerzijden overstemt. Vaak nadat hij het zoet der overwinning heeft geproefd. Soms ook op een meer onverwacht moment, zomaar, tijdens een doordeweekse training. „Ik rijd vaak langs de snelweg en zie dan al die mensen in de file staan, op weg naar hun werk.“
Topsport
Dat nooit, neemt hij zich dan steevast voor. De eenzaamheid neemt hij maar voor lief. Want ja, zo ervaart hij zijn vak, ondanks dat hij zichzelf als ‘een van de meest sociale renners bestempelt. Met zowaar een concurrent als vriend: Richard Groenendaal. De twee begrijpen elkaar. Als de buitenwacht weer eens begint te mekkeren bijvoorbeeld, omdat ze niet verder kijken dan klassering één, twee of drie. Onwetendheid, ziet ook Gerben`s zus tegenwoordig in. „Ik heb het idee dat Merel mij beter begrijpt nu ze zelf ook aan topsport doet.“
Gerben de Knegt
Geboren op 11 december 1975 in Tilburg, woont in Goirle, vrijgezel.
Debuteerde in 2000 als prof bij Rabobank, maar verdiende voordien (vanaf 1996) al zijn geld met zijn grote liefde: mountainbiken. De Raboploeg beëindigde in 2004 het contract van de met blessures kwakkelende De Knegt, maar nam de veldrijder begin dit jaar weer in genade aan.
Is regerend Nederlands kampioen veldrijden. Hij pakte de nationale titel in 2002 ook al eens. Dat jaar eindigde De Knegt als vijfde bij het WK veldrijden in Zolder, België.
Jaagt op zijn eerste wereldbekerzege; heeft al wel drie ereplaatsen op zak: derde in Pijnacker (2005 en 2006) en Hofstade (2005).
Merel de Knegt
Geboren op 9 mei 1979 in Tilburg, woont samen met Jacob Kiestra in Loon op Zand.
Lid van de Tilburgse atletiekvereniging Attila en het Coaching Athletics Team van trainer Ad van Hest.
De laatbloeier – De Knegt is pas enkele jaren serieus met hardlopen bezig – wurmde zich dit jaar tussen de nationale top met de vierde plaats bij het NK tien kilometer op de weg en brons bij het NK halve marathon.
Maakte afgelopen najaar haar ‘Oranjedebuut. De Knegt behoorde tot de Nederlandse afvaardiging bij het WK 20 kilometer in Hongarije, waar ze met een tijd van 1.12.32 uur als 47e eindigde.
De beul
Achillespees was zo`n beetje het eerste woord dat de kleine Gerben kon uitspreken. En bij Merel verzochten haar teamgenootjes bij Forward - ze hockeyde tot haar vijftiende - of haar vader ook een wat minder zwaar programma voor ze had. „Ze noemden hem de beul.“ De topsportmentaliteit van broer en zus De Knegt komt van senior, Simon de Knegt (56). „Ik heb zelf mn hele leven aan sport gedaan - met name hardlopen - en ik denk dat je dat ongemerkt overdraagt aan je kinderen", verklaart de Tilburger. Gerben reed zijn vader er al op zn veertiende uit. Een een jaar of vier geleden ging hij als haas te langzaam voor Merel. „Dat was even schrikken."