De doorbraak van De Knegt ; Nationaal kampioen na anderhalf jaar veldrijden
2002-01-14, 15:57
DOOR NATASCHA KAYSER
Zeddam
- Nog geen twee weken geleden won Gerben de Knegt zijn eerste veldrit als prof en nu al mag hij zich nationaal kampioen noemen. De winst in Surhuisterveen was het schot voor de boeg. De winst in Zeddam, gisteren, was de voltreffer. De Knegt bewees een volleerd veldrijder te zijn die niet bang meer is om te winnen. 'Ik heb een winter nodig gehad om te wennen en te groeien. Nu komt het er uit.'
Alle ogen waren in het Montferland gericht op Richard Groenendaal. Meer dan drie kwartier deelde Groenendaal met De Knegt de kop van de koers, maar met nog twee ronden te gaan sloeg de pech opnieuw toe. Een lekke band wierp Groenendaal een eind terug. De meer dan 100 treden tellende trap halverwege in het parkoers bracht de beslissing: Groenendaal kon niet meer terugkomen en werd grommend tweede. 'Dat ik niet zo goed ben op die trap als Gerben, dat is mijn probleem. Ik wist ook dat het moeilijk zou worden. Het parkoers ligt me niet en Gerben is in vorm. Maar als ik niet weer materiaalpech had gehad, had ik hem fietsend zeker kunnen hebben.'
De Knegt weerlegde de bewering van Groenendaal niet, maar hechtte er ook niet al te veel waarde aan. 'Het is toch niet te bewijzen. Als hij niet lek had gereden... Dat is een kwestie van pech of geluk: ik reed door hetzelfde spoor als Richard en ik reed niet lek op een steen. Richard was niet super, ik was niet super. Maar het was goed genoeg om te winnen.'
De Knegt (26) is pas aan zijn tweede seizoen als veldrijder bezig. Hij was een verdienstelijk mountainbiker, die in de winter wat aan cyclocross deed om in conditie te blijven. Hij deed het erbij en vond het wel leuk. Hij ontwikkelde zich beter als veldrijder dan als mountainbiker.
Een jaar of drie geleden begonnen steeds meer mensen te vragen waarom De Knegt eigenlijk niet wat meer aan veldrijden deed. 'Als iemand me de kans geeft het serieus aan te pakken, dan wil ik dat best overwegen', antwoordde De Knegt. Van Rabobank, op zoek naar een veelbelovende coureur om Adrie van der Poel op te volgen, kreeg hij die kans.
Vorig jaar gebruikte De Knegt om om te schakelen van mountainbike naar crossfiets. 'Ik heb heel erg moeten wennen', vertelde hij gisteren.
'Ik zat vorig jaar nog niet op mijn gemak. Ik reed op mijn veldfiets te veel als op een mountainbike. Ik miste de automatismen en mijn techniek was nog niet voldoende. Daardoor werd ik vaak gezien als een mislukte mountainbiker die was gaan crossen. Ik heb nu bewezen dat ik de juiste keuze heb gemaakt en dat ik het kan.'
De Goirlenaar snoerde zijn critici dit seizoen al eerder de mond. In de internationale wedstrijden reed hij goed mee. Meer dan eens was hij beter dan Groenendaal. Op de wereldranglijst klom hij op naar de zesde plaats. 'Ik weet dat sommigen mijn overwinning in Surhuisterveen zagen als een toevalstreffer. Ik denk dat het meer was. Ik zit ook internationaal tegen mijn doorbraak aan', verkondigde De Knegt. 'Ik ben de laatste weken een paar keer vierde geworden.
Het podium is niet meer zo heel ver weg. Ik moet leren voor de overwinning te rijden. Dat heb ik niet meer gedaan sinds het mountainbiken. Ik heb er nu een paar keer dichtbij gezeten. Misschien is de kampioenstrui het doorslaggevende zetje.'
De Knegt hecht niet zo veel waarde aan de rood-wit-blauwe trui, die de laatste twee seizoenen stevig rond de schouders van Richard Groenendaal zat. 'Natuurlijk is het leuk nationaal kampioen te zijn. Ik ben er dolblij mee. Maar internationaal gezien zegt het natuurlijk niet zo heel veel. Eerlijk gezegd vind ik de komende wereldbekerwedstrijden en het WK belangrijker.'
Volgens Groenendaal onderschat De Knegt de waarde van de nationale kleuren. 'De NK is de minst bezette cross, maar het gaat wel ergens over.
De naam Groenendaal kennen ze nu in het buitenland wel. De Knegt is nog niet zo bekend. Een kampioenstrui helpt om je naam te vestigen.'
De onttroonde kampioen moest wel toegeven dat hij vond dat de trui eigenlijk hem toebehoorde, als kopman en vaandeldrager van het Nederlandse veldrijden. 'Er is er nu nog maar een over en dat is de regenboogtrui. Dan moest ik die maar proberen te winnen.'