Door John Graat
Met een andere mentaliteit en bevrijd van fysieke ongemakken kan Gerben de Knegt zich nu wel meten met de wereldtop. Zijn derde plaats in Sint-Michielsgestel was een primeur.
Voor het eerst in zijn loopbaan als veldrijder stond de 29-jarige Brabander gisteren op het podium van een internationaal belangrijke cross. Die ’bevrijding’ kwam niet uit de lucht vallen. In het cyclocrossseizoen was hij tot dusver de beste Nederlander. Zaterdag, in het Tsjechische Tabor, eindigde hij als vijfde waar Richard Groenendaal mede door een val slechts 29ste werd. Nota bene in de woonplaats van de man die over vele jaren de nationale vaandeldrager was, werd het beeld van een stille machtswisseling in het Nederlandse veldrijden versterkt.
Terwijl Groenendaal weer een roemloos achterhoedegevecht leverde (elfde), kon De Knegt zich handhaven aan het front. Met Sven Nijs reed hij voor de tweede plaats. In de sprint werd de Goirlenaar door de Belgische wereldkampioen verslagen. De Knegt kon er niet mee zitten. ,,Ik ben hier heel blij mee.”
Hij dreigde een eeuwige belofte te blijven. Een krachtige renner, maar fysiek zeer kwetsbaar en met zijn 1.90 meter te lang voor het slingeren tussen bomen en struiken. Vier jaar lang kreeg hij de kans bij Rabobank. En hoewel hij in 2002 Nederlands kampioen werd, wist hij nooit te ontsnappen aan de schaduw van Groenendaal. De laatste drie jaar waren allerlei blessures en kwalen daar debet aan. Vooral zijn rug bezorgde hem chronische problemen. Omdat de pijn uitstraalde naar zijn been fietste hij met ’anderhalf been’. ,,Ik voelde me af en toe een gehandicapte.”
Een gebroken heup, die hij opliep tijdens een mountainbikewedstrijd in de Alpen in de zomer van 2004, was het begin van de ommekeer. Alweer een veldritseizoen was weliswaar naar de knoppen, maar de gedwongen rust bleek heilzaam voor zijn rug. ,,Ik fiets weer met twee benen.” In de zomer stippelde hij –deels gedwongen– zijn eigen route uit. De Knegt had geen ploeg meer en dus ook geen verplichtingen als wegrenner. Hij koos voor het mountainbiken en won zelfs zes wedstrijden.
,,Mountainbiken vind ik leuker dan veldrijden, maar daar is bijna geen geld te verdienen. En ik denk dat het een goede voorbereiding op het veldrijden is. Ik rijd het hele jaar op dezelfde ondergrond en hoef nooit om te schakelen. Andere veldrijders zweren bij een voorbereiding op de weg. Het is een conservatief wereldje hè, ze doen al dertig jaar hetzelfde. Maar ik trek mijn eigen plan.”
Dat betekent in zijn geval een mentale omslag. Terwijl De Knegt zich vroeger nog wel eens bescheiden opstelde, ook in het gedrang bij de start, laat hij zich nu niet meer opzij zetten. ,,Ik doe alles alleen nog maar voor mezelf. De rest stikt er maar in.”
Die instelling is nog eens bevorderd door een verandering in zijn privéleven. ,,Deze zomer is mijn relatie na twaalf jaar verbroken. Ik heb heel diep in de put gezeten, maar ben er sterker uitgekomen. Ik heb nu geen stress meer, voel me ontspannen, ik rust beter uit en leef van dag tot dag. Dat bevalt goed.”
Een vetpot is het veldrijden voor hem niet meer. Zijn startgeld is dit seizoen nog maar 25 procent van wat het ooit was. Behalve zijn vader heeft hij geen begeleiding. Gisteren moest hij zelf zijn benen schoonwassen voor de huldiging. Als enige moest hij zaterdag vanuit Tsjechië met de auto terug, de rest stapte in het vliegtuig. Om een uur ’s nachts was hij thuis. De Knegt leeft van kleine contracten met privésponsors. Die lopen per 1 januari af. ,,Ik zou het liefst zo doorgaan. Maar wel met een geldschieter erbij.”
(Bron: www.trouw.nl)
|