29 MEI 2006 - MOUNTAINBIKE - Een flinke ram op zijn stuur en een al even forse vloek verraadde woede. Op het moment dat Mathijs Wagenaar uit Epe gisteren in de Stappenbelt MTB-trophy in het Apel- doornse Orderbos als tweede over de streep kwam stond zijn gezicht op onweer. Winnaar Gerben de Knegt had het verbruid.
'Hij heeft geen meter op kop gereden', luidde de kritiek. 'Ja, ik ben behoorlijk boos. Het is natuurlijk niet verboden om zo te winnen, maar netjes is zeker het niet. Tijdens de wedstrijd heb ik hem continu gezegd dat hij ook op kop moest komen, maar dat wilde hij niet. Ik en Thijs Al hebben alles alleen gedaan. Ik was er al bang voor dat hij wel gewoon mee zou sprinten. Ik ging die sprint zelf aan en dan zie ik hem eroverheen komen. Tja.'
De Knegt reed in de hele wedstrijd van twee uur ongeveer vijftig meter op kop, de laatste vijftig. De beginfase van de wereldtopper in het veldrijden was nog wel indrukwekkend. Omdat hij zijn eerste nationale wedstrijd reed, moest hij achteraan het veld starten. De halve minuut achterstand die hij daardoor opliep, maakte hij in een oogwenk goed. Daarna nestelde hij zich in het wiel van Wagenaar en Al. 'Waarom ik niet op kop reed? Simpel, ik kon niet. Het liep heel stroef. Na een uur rijden zat ik door mijn krachten heen. Niet gek, want ik ben pas net weer in training. Na het afgelopen veldritseizoen heb ik wat langer dan normaal rust gehouden. Bovendien ben ik in mijn achtervolging ook nog tegen een boom op gereden. Nee, gemakkelijk ging het niet.'
Vorig jaar zei De Knegt vrijwel exact hetzelfde. Ook toen stond hij bovenop het podium, maar vertaalde zich dat zich niet in enige euforie. De vaak door blessures geteisterde renner lijkt er de persoon niet naar om uitbundig te zijn. 'Twee zeges achter elkaar hier? Ach ja, ik vind het wel een aardig rondje.'
De kritiek van Wagenaar nam hij niet serieus. 'Die jongen moet niet zeuren, en dat weet hij zelf ook wel. Als hij echt zo sterk was dan had hij me er maar af moeten rijden, de wedstrijd was er lang en zwaar genoeg voor.' De Knegt wilde niets horen over ongeschreven regels. 'Koers is koers. Ik mountainbike ook al vijftien jaar en ben vaak op deze manier geklopt. Nu maakt hij het een keer mee. Ik wilde me het sprintje gewoon niet laten ontnemen. Nee, ik kan hier echt geen seconde wakker van liggen. Als ik goed ben rij ik hem op vijf minuten, nu was ik niet goed en moest het maar zo.'
Wagenaar nam er geen genoegen mee. 'Als hij niet goed genoeg is om op kop te komen, dan moet hij ook niet meesprinten. Zoals Jens Voigt deze week in de Giro dat ook niet deed toen hij niet op kop had gereden. Zo hoort het. Kijk, dat hij na zijn inhaalslag in het begin even een rondje lang op adem moet komen: prima. Dat moet kunnen. Maar daarna had hij gewoon over moeten nemen als hij hier voor de zege wilde meerijden.' Meer dan de 'trainende' De Knegt was de thuisrijder Wagenaar gebrand op een zege. 'Ja natuurlijk, hier op mijn trainingsparcours en voor eigen fans had ik graag gewonnen.' Over zijn rijden was de nummer twee op zich best tevreden. 'Ja, ik was wel goed. De seizoenstart verliep matig, maar het gaat nu duidelijk beter.'
Wagenaar, pas 23, maakte in ieder geval zichtbare progressie ten opzichte van vorig jaar. Toen moest hij een kopgroep met daarin ook De Knegt nog laten gaan. De andere drie leden van die kopgroep reden gisteren niet in Apeldoorn. Maarten Tjallingii, toen derde, boekte in zijn eerste jaar als fulltime wegrenner gisteren een verrassende eindzege in de Ronde van België.